Zilverrug 2.0

Zilverrug 2.0

Nu, luttele maanden later kwam ik je tegen in het bos. Gehuld in oudemannenkleren en van al je jeugdigheid verlost. Ik vroeg waar jouw maatje was, je hond, die jou altijd vergezelde. Maar nee, die was in een kennel, is wat je me vertelde. En waarom. Nu komt het. Hou je vast.

“Ja, want ik heb nu natuurlijk een vriendin. En wij werken natuurlijk allebei. Dus de hond moet dan natuurlijk weg. Want druk, druk, druk, die kan er dan niet bij. Ja… ”

“Oh… Is dat zo natuurlijk? Ik wist dat… NATUURLIJK niet.” De aap was uit de mouw, ik had het kunnen weten, aangezien ik al maanden geen gehoor meer kreeg.

Hij antwoord “Ja, nou, ja voor mij voelt dat heel natuurlijk.”

“Als je nog een keer ‘natuurlijk’ zegt, groeit er een boom uit je anus.” Dit zei ik natuurlijk niet echt, maar wou dat ik het wel gezegd had.

Ik heb nog nooit iemand zo vaak iemand ‘natuurlijk’ horen zeggen, wat mij doet vermoeden dat de hele situatie voor deze meneer helemaal niet zo natuurlijk voelde. Tamelijk onnatuurlijk zelfs. En ineens zag ik het. Deze man was versmolten. Zo eentje van van bindingsangst regelrecht een symbiose in klapt. Een tussenvorm is er niet, want dat is nooit aangeleerd. En laten we wel wezen, een symbiose, hoe natuurlijk dat ook mag voelen voor degene die niet anders gewend is, is natuurlijk eigenlijk heel onnatuurlijk.

Dag Zilverrug.