Skinny Bitch

In de zomer komen ze de straat op. Ze, wij, jij, ik. Degenen die verkleinwoordjes en toffe afkortingen gebruiken om alles teniet te doen. ‘Wijntje’. ‘Baco’tje’. Hoewel ik niemand ken die Baco’s drinkt, maar goed. Een ‘drankje’. Met een peukje. Ahhhh, een peukje. Even biertje doen. Lest zo lekker de dorst. Wijntje drinken. GT naar binnen hakken. Met een bos komkommer en bleekselderij erin. Want ja, lekker healthy. Rosé’tje, Skinny Bitch, Dark and Stormy. Het lijken wel personages uit een comic. Geweldig. Ik zie het voor me. De Skinny Bitch is een vegan influencer met anorexia die als geheime kracht heeft dat ze elk gesprek stil kan leggen door d’r bek open te trekken. De Dark and Stormy is een aardrijkskunde leraar op leeftijd. Een tikkie seksie, met peper en zout kleurige baard die als superpower heeft dat hij de weerselementen kan besturen. Rosé Chanté, een dikkige dame met suikerspinhaar. Volledig in roze gekleed inclusief mierzoet voorkomen, maar zeer onvoorspelbaar karakter. We kennen ze als geen ander. In de zomer haken we gezellig onze armen in elkaar en gaan we de straat op met Rosé en Skinny. Want de zon roept. De zon bruint benen en billen en roept om feestjes en slempen en tannen en grillen. Dus gaan we allemaal de straat op. Begrijp me niet verkeerd. Ik ben een van ons. Ik spreek ook over mezelf. Maar laten we het even hebben over de hardcore. De harde kern. De ‘die hard’s’ of ‘hard doodganers’. Letterlijk. De Schultenbraü broeders. De mannen zonder tanden die mooi diep bruin zijn. Als leer. Niet van een spray tan. Of een zonnebank. Maar omdat ze al tijden niet meer binnen hebben geslapen. En elke ochtend met een bonkend hoofd wakker worden op het asfalt met de brandende zon op hun huid. De mannen en vrouwen die met ons de straat op gaan. Die gewapend met een halve liter geluk over straat zwalken en strompelen. 

Er staat een meneer voor mijn deur. De vrolijke filter die de zon over zijn gelaat legt, kan de tragiek niet verbloemen #nofilter. Hij draait rondjes op een been. Dan op de ander. Hop-sasa. Een stap naar links, drie naar rechts en één gek huppeltje, een kreun en een dreun. Een val in het fietsenrek. Met een stuur tussen zijn ribben hangt hij als een gesneuveld dier in het prikkeldraad. Vier lege halve liter blikken aan zijn voeten. Hij was vast ooit knap, met witte tanden. Hij ziet eruit alsof hij in een bandje heeft gespeeld. Alsof er ooit veel mooie, blonde meisjes die hoge cijfers haalden, hun hart aan hem verknocht hebben. Meisjes die nu mevrouwen zijn. Die misschien nog met weemoed aan hem terugdenken als ze naast hun ingedikte echtgenoot in hun uitgedunde huwelijk op de bank zitten. De meneer voor mijn deur ziet eruit alsof hij een goed gevoel voor mode had. Alsof hij iemands type was. Nu is hij een junk. Wanneer is hij begonnen daarmee? Wanneer is hij van geaccepteerd alcoholist naar volleerd alcoholist afgegleden? Van fulltime naar parttime. Van lekker op het terras naar zwervend karkas. Wanneer is dat kantelpunt en zou je dat doorhebben? Die genadeslag? Wanneer verlies je je evenwicht? Tuimel je door de lucht en zwaai je met je armen en blijf je vallen en vallen en lallen, lallen, lallen, vallen, lallen… tot je dood bent? Ik sta als verstijfd, durf me niet te verroeren. Ik wil hem helpen, maar sta uiteindelijk maar een beetje te kijken. Te loeren. Als een sukkel. Als een sukkel sta ik bevroren op straat. En ik doe niks om te helpen. Slechts een fucking traan die ik laat.