Inspiratiewoede.

Soms drijft het me door de stad als een dolle wielrenner aan een epo infuus. Trekt het mijn benen op en neer en op en weer, terwijl het zweet me in de oksels staat en ik dwangmatig meerdere zinnetjes construeer in mijn hoofd. Ze continu herhaal in de hoop dat ze niet onderweg ergens uit mijn werkgeheugen vallen en ik ze voor altijd verlies. En dat er dan overal door Amsterdam stukjes uit mijn brein liggen, zo maar gewoon op straat. Soms houdt het me wakker in de nacht en schrijf ik eerst in het donker, strijdend met mijn oogleden, in grote hanenpoten woorden op een schrift. Dan uiteindelijk in het licht, als ik me heb overgegeven aan mijn dwang en ik weet dat ik niks anders meer kan, dan kalken. Word ik ‘s ochtends wakker tussen blaadjes papier, gesneuvelde bomen, koortsachtige dromen. En ontwakend in de realiteit, in houten kop en koude kamer, vind ik oneindig veel slechte ideeën en heel soms een goeie. Draai ik me nog één keertje om en schik ik me onder de warme dekens in mijn lot van moe mens geplaagd door Inspiratiewoede.