Zilverrug 1.0 & 2.0

‘Je moet echt columns gaan schrijven ofzo’, dat is wat jij zei.

‘Jij moet echt columns gaan schrijven ofzo’. Dat is wat jij zei. Het lijkt me dan ook niet meer dan gepast dat de eerste over jou moet gaan, Zilverrug. De waarschuwingsborden met ‘PAS OP: NIET LIEFHEBBEN’ staan overal in je tuin en je hebt nog net niet BINDINGSANGST in vette letters op jouw voorhoofd getatoeëerd staan. Geheel in lijn der verwachtingen heb jij mij op de reservebank gezet, voordat ik heb mogen laten zien wat ik in mijn mars heb. En ondanks dat ik de bordjes zeker wel heb gezien, ben ik toch jouw tuin ingebanjerd om me daar voor de zoveelste keer aan dezelfde steen te stoten. Je had ook zo’n ontzettend leuke hond, misschien was ik daar nog wel het gekste op, die mallerd. Ik heb me langs de bomen met verboden fruit jouw huisje in geschurkt en op eigen risico kopjes Nespresso (the lengths I go through) gedronken in jouw eeuwige vrijgezellen-binnenverblijf. Op eigen risico, want had je me niet gezegd dat je onbetrouwbaar was? Jawel. Ik heb rondjes gelopen op het vieze tapijt, in jouw boekenkast geloerd in de hoop een klein inkijkje in jouw psyche te verwerven. Maar ik kwam uiteraard, van een koude kermis thuis. Wat heet, ik leek die mevrouw wel die maandenlang Bokito aan zat te staren in Blijdorp. Die vrouw die het erop waagde om zich aan een volledig andere soort te verlekkeren en met haar onzinnige deken der liefde te bedekken. En zo zie je maar. Dat is vragen om een ziekenbezoek, of zoals mijn moeder vroeger gezegd zou hebben: ‘Dat wordt huilennnnn!’

Nu, luttele maanden later kwam ik je tegen in de buurt. Gehuld in lompen en van al je jeugdigheid verlost. Ik vroeg je waar jouw maatje was, je hond, die jou altijd vergezelde in het bos. Maar nee, die was in een kennel, is wat je me vertelde. En waarom. Nu komt het. Hou je vast.
“Ja, want ik heb nu natuurlijk een vriendin. En wij werken natuurlijk allebei. Dus de hond moet dan natuurlijk weg zijn want die kan natuurlijk niet mee. Want ja, ja, druk, druk, druk, ja, dussss… “”Oh… Is dat zo natuurlijk? Ik wist dat namelijk, NATUURLIJK niet.” Aangezien ik al maanden geen gehoor meer krijg, oetlul. Ik had het kunnen weten. Hij antwoord “Ja, oh ja? Nou, ja voor mij voelt dat heel natuurlijk.”
“Als je nog een keer natuurlijk zegt, groeit er een boom uit je anus.” Dit zei ik natuurlijk niet echt, maar wou dat ik het wel had gezegd. Ik heb nog nooit zo vaak iemand natuurlijk horen zeggen, wat mij doet vermoeden dat de hele situatie voor deze meneer helemaal niet zo natuurlijk was. Tamelijk onnatuurlijk zelfs. En ineens zag ik het. Deze man was versmolten. Zo eentje die van bindingsangst regelrecht een symbiose in klapt. Een tussenvorm is er niet. En laten we wel wezen, een symbiose, hoe natuurlijk dat dan ook mag voelen voor degene die niet anders gewend is, is natuurlijk eigenlijk heel erg onnatuurlijk. Tot zover mijn analyse.

Maar ja, het kan natuurlijk ook gewoon dat ik jaloers ben.

Dag Zilverrug.