Huidhonger

De stemmen uit mijn kast worden steeds harder. Het begon met een klaaglijk gezucht. Toen een voorzichtig gemopper. Inmiddels houdt het het midden tussen schreeuwen en gillen. Ze smeken om warme, zachte huid. Ze hebben honger, ze moeten eruit. Gelucht worden. Ze zijn al eeuwen niet buiten geweest. Ik weet niet of ik ze nog zou herkennen op straat. Het beeld is wat vaag nu. Ik kan er niets aan doen. Ik heb er niks meer te zoeken. Elke keer geef ik toe aan de lonkende blikken van mijn yogabroek en negeer ik de stemmen uit mijn kast die harder, harder, harder roepen. Misschien als dit alles weer voorbij is en ik weer kan flaneren in plaats van lopen. Misschien dan. Vind ik mijn weg weer terug naar mijn garderobe.